
Het begon toen ik een jaar of tien was. Ik woonde nog maar kort in Haarlem, op de Kruisweg, pal in het centrum. Het Spaarne was niet ver, ontdekte ik al snel. De water van de Bakenessergracht leidde naar het Spaarne en daar stond, vlak om de hoek, het statige gebouw dat ooit eigendom was van Pieter Teyler van der Hulst, het Teylers Museum. Ik ben er méér dan honderd keer geweest en de meeste keren heb ik geen entree betaald. De suppoost kende mij en zijn knipoog was voor mij het groene licht om door te lopen.
Als ik dit schrijf, is het bijna twee jaar geleden dat ik weer eens mijn ogen trakteerde op dingen die ik zo graag zie. Veel herinneringen en iets wat er niet meer was. Ik stond altijd stilletjes te kijken bij een raar instrument, het 31 toons orgel van Adriaan Daniël Fokker (de neef van…). Het orgel werd af en toe bespeeld en gaf tonen die je op een normaal instrument niet kon genereren.
Het Teylers Museum is eigenlijk een verzamelplaats van de meest uiteenlopende bende. Een cultuurbarbaar zou de zooi bij het grof zetten. Misschien is dat juist de charme van het museum, een logische lijn valt er niet in te ontdekken. Maar nu de boeken, verzameld in de Ovale Zaal, waar de tijd stil staat. Een citaat van Teylers website:
Het verzamelgebied van de Natuurwetenschappelijke Bibliotheek beslaat de botanische, zoölogische, paleontologische en geologische literatuur, oftewel de ‘natuurlijke historie’. Het betreft monografieën, seriewerken en tijdschriften uit de achttiende, negentiende en vroege twintigste eeuw. Het totale bestand omvat circa 125.000 banden en vormt sinds 1987 een vrijwel afgesloten fonds.
Er is geen andere Nederlandse bibliotheek met een vergelijkbaar fraaie en complete verzameling achttiende- en negentiende-eeuwse literatuur over de drie rijken der natuur, zoals in het verleden de studieterreinen van plantkunde, dierkunde en aardwetenschappen werden aangeduid. De uitgaven op het gebied van de systematische plant- en dierkunde, dikwijls voorzien van schitterende handgekleurde illustraties, vormen een unieke groep, die nog steeds wetenschappelijke betekenis heeft.
Daarnaast bevat de Bibliotheek fraaie atlassen (Blaeu, Ottens, enz.), een belangrijke groep achttiende- en negentiende-eeuwse reisverslagen met natuurhistorische achtergrond (Cook, Von Humboldt, Von Wied, enz.) en een kleinere sectie Griekse en Latijnse auteurs, onder wie de Kerkvaders.
En dan heb ik het nog steeds niet over het grootste boek ter wereld, waarvan er slechts acht exemplaren op deze aardkloot zijn aangetroffen: The Birds of America van Audubon. Het immense formaat is nooit geëvenaard en waarom zou je ook zoiets idioots in je hoofd halen. Maar liefst 435 wonderschone tekeningen laten 1065 vogels zien, getekend door John James Audubon (1785-1851). Formaat van het boek: 98 x 128 centimeter, opengeslagen dus 129 x 194 centimeter.
Het Teylers kocht het boek in 1833 voor 2243 gulden dat vandaag de dag een waarde vertegenwoordigt van misschien wel 9 miljoen euro. Er is in 2002 in Amerika een exemplaar geveild voor 8,8 miljoen dollar. Ik doe dus maar een gokje. Op de website van Teylers Museum is er meer te vinden.