augustus 27, 2009

Spyker – een dollemansrit

2009 Nieuw Amsterdam - Spyker, een dollemansrit
In Spyker. Een dollemansrit reconstrueren financieel-economisch journalisten Robert van den Oever en Maarten van der Pas de enerverende weg die Spyker sinds de heroprichting heeft afgelegd. Hiervoor spraken zij met diverse sleutelfiguren en insiders die nog niet eerder zo openlijk hun verhaal deden.
Het is een jongensdroom: techneut Maarten de Bruijn heeft in de achtertuin van zijn ouders eigenhandig een auto in elkaar geknutseld. Met geld van zakenman en investeerder Victor Muller besluiten de twee om de auto in 2000 in productie te nemen. Samen blazen ze het roemruchte Nederlandse automerk dat in 1925 failliet ging nieuw leven in. Een initiatief met lef en ondernemerszin: Spyker is herboren.

Maar Muller en De Bruijn krijgen ruzie. Spyker vertilt zich aan een geldverslindend avontuur in de Formule 1, komt in financiële moeilijkheden en scheert langs de rand van de afgrond. Met Russisch geld kan Spyker blijven voortbestaan. Maar… voor hoe lang nog?

Bestel het boek via AutoKiosk

mei 3, 2009

Hoe komen we van religie af?

Hoe komen we van religie af?

Hoe komen we van religie af?

Verschijnt 30 mei 2009 in de winkels. Ik kan niet wachten. Toch lastig. Ik lees heel wat af en plaats eigenlijk zo ontzettend weinig. En deze titel moet gewoon in mijn anti-religieblog. Alles bij elkaar donderen in één blog is ook zo onhandig. Snel een heleboel nachtjes slapen. Dan heb ik misschien de oplossing en het boek. Hoewel, alleen dat laatste is zeker.

april 12, 2009

George Orwell – 1984

This picture appears in an old acreditation fo...
Image via Wikipedia

In het kader van de politiestaat die Nederland steeds meer wordt (ik schrijf al niet meer lijkt te worden), vroeg mijn zwager of ik 1984 in mijn boekenkast had staan, het boek van George Orwell dat hij afrondde in mijn  geboortejaar 1949. Ik antwoordde bevestigend, maar bood aan om het voor hem te kopen tijdens een wandeling die ik van plan was te maken door mijn geboortestad Amsterdam. Niet omdat ik zo’n behoefte heb om langdurig mijn onderstel te vermoeien, maar omdat ik na lange tijd weer eens wilde kijken of Amsterdam inderdaad zo’n godvergeten klotenstad was geworden zoals boze tongen al langere tijd beweren. Na drie stappen bleek dat te kloppen. Ik liet mij uit de tram vallen, rolde Scheltema binnen en schafte mij de jongste druk van 1984 aan. Het rechteroog van de juffrouw achter de kassa leek op een videocamera. Nee, ik heb geen last van paranoia.

Reblog this post [with Zemanta]

maart 19, 2008

Hugo Claus uitgeschreven


Uiteraard passeert op zo’n dag als dit, de dag van de dood van Hugo Claus, op elk Belgisch televisiestation een lang item over het leven van deze bijzondere schrijver die nog veel meer dingen deed dan alleen schrijven. Hij was regisseur en regisseerde tenslotte ook zijn eigen dood. Altzheimer had hem te grazen en hij bepaalde zelf het tijdstip van zijn einde. Het einde van een groot schrijver. Einde van een tijdperk. Het verdriet van België nu even anders.

november 2, 2007

In het Teylers Museum: het grootste boek ter wereld


Het begon toen ik een jaar of tien was. Ik woonde nog maar kort in Haarlem, op de Kruisweg, pal in het centrum. Het Spaarne was niet ver, ontdekte ik al snel. De water van de Bakenessergracht leidde naar het Spaarne en daar stond, vlak om de hoek, het statige gebouw dat ooit eigendom was van Pieter Teyler van der Hulst, het Teylers Museum. Ik ben er méér dan honderd keer geweest en de meeste keren heb ik geen entree betaald. De suppoost kende mij en zijn knipoog was voor mij het groene licht om door te lopen.

Als ik dit schrijf, is het bijna twee jaar geleden dat ik weer eens mijn ogen trakteerde op dingen die ik zo graag zie. Veel herinneringen en iets wat er niet meer was. Ik stond altijd stilletjes te kijken bij een raar instrument, het 31 toons orgel van Adriaan Daniël Fokker (de neef van…). Het orgel werd af en toe bespeeld en gaf tonen die je op een normaal instrument niet kon genereren.

Het Teylers Museum is eigenlijk een verzamelplaats van de meest uiteenlopende bende. Een cultuurbarbaar zou de zooi bij het grof zetten. Misschien is dat juist de charme van het museum, een logische lijn valt er niet in te ontdekken. Maar nu de boeken, verzameld in de Ovale Zaal, waar de tijd stil staat. Een citaat van Teylers website:

Het verzamelgebied van de Natuurwetenschappelijke Bibliotheek beslaat de botanische, zoölogische, paleontologische en geologische literatuur, oftewel de ‘natuurlijke historie’. Het betreft monografieën, seriewerken en tijdschriften uit de achttiende, negentiende en vroege twintigste eeuw. Het totale bestand omvat circa 125.000 banden en vormt sinds 1987 een vrijwel afgesloten fonds.

Er is geen andere Nederlandse bibliotheek met een vergelijkbaar fraaie en complete verzameling achttiende- en negentiende-eeuwse literatuur over de drie rijken der natuur, zoals in het verleden de studieterreinen van plantkunde, dierkunde en aardwetenschappen werden aangeduid. De uitgaven op het gebied van de systematische plant- en dierkunde, dikwijls voorzien van schitterende handgekleurde illustraties, vormen een unieke groep, die nog steeds wetenschappelijke betekenis heeft.

Daarnaast bevat de Bibliotheek fraaie atlassen (Blaeu, Ottens, enz.), een belangrijke groep achttiende- en negentiende-eeuwse reisverslagen met natuurhistorische achtergrond (Cook, Von Humboldt, Von Wied, enz.) en een kleinere sectie Griekse en Latijnse auteurs, onder wie de Kerkvaders.

En dan heb ik het nog steeds niet over het grootste boek ter wereld, waarvan er slechts acht exemplaren op deze aardkloot zijn aangetroffen: The Birds of America van Audubon. Het immense formaat is nooit geëvenaard en waarom zou je ook zoiets idioots in je hoofd halen. Maar liefst 435 wonderschone tekeningen laten 1065 vogels zien, getekend door John James Audubon (1785-1851). Formaat van het boek: 98 x 128 centimeter, opengeslagen dus 129 x 194 centimeter.

Het Teylers kocht het boek in 1833 voor 2243 gulden dat vandaag de dag een waarde vertegenwoordigt van misschien wel 9 miljoen euro. Er is in 2002 in Amerika een exemplaar geveild voor 8,8 miljoen dollar. Ik doe dus maar een gokje. Op de website van Teylers Museum is er meer te vinden.

oktober 21, 2007

Jan Wolkers

Pik, kut en neuken waren in de jaren zestig nog woorden waardoor de de zwarte kousen brigade veronderstelde dat het einde van de wereld voor de deur stond. Een prima tijd om snel populair te worden als schrijver en Jan Wolkers haakte daar prachtig op in. Als hij sprak, leek het alsof hij teveel aan Bachhus had geofferd en dat werd door de jaren heen steeds erger. Het leverde fraaie imitaties op van cabaretiers.

Jan Wolkers, de auteur die altijd van die mooie titels bedacht, heeft de wereld verlaten, vooral zijn wereld. Hij geloofde in de goedheid van de mensen en begreep nooit waarom zijn beeldhouwwerken werden beklad of geruïneerd. Naïef was hij echter allerminst. Hij had een mooie gedachtenwereld en de gave alles ongecompliceerd op te kunnen schrijven.

oktober 20, 2007

Lezen, lezen en daarna lezen

Als kind kon ik al snel lezen. Zo snel dat ik op de kleuterschool al voor mocht lezen. Dat stimuleerde en dus las ik alles waar maar letters op stonden. Verkade-blikken in de keuken van mijn grootmoeder, het merk van Opa’s brommer, het Parool en de Winkler Prins. Ik heb er jaren over gedaan, maar ik heb elke bladzijde van de Winkler Prins gelezen. Alle delen. Achteraf lach ik er maar een beetje om, want Donald Duck heeft nooit een grote rol in mijn leven gespeeld.

Mijn boekenwereld is een persoonlijke wereld. Een mix van fictie en non-fictie. Wekelijks dwaal ik door de boekwinkel, een vrij behoorlijke winkel die mooie boeken combineert met triviale blocnootjes, computerspelletjes en gossipbladen. Verder gelukkig veel boeken. Psychologie, thrillers, filosofie, geschiedenis. Zolang mijn ogen het niet begeven, zal ik lezen, lezen en daarna lezen. Stiekem kijk ik soms naar de afdeling luisterboeken. Je weet maar nooit.